Sinterklaas kapoentje
Ik kreeg wat in mijn schoentje: super PEM
Met kinderen en kleinkinderen vierden we Sinterklaas, 6 kinderen, 5 kleinkinderen waarvan nog één gelovige en ik. De grotere kleinkinderen doen inmiddels mee aan lootjestrekken en twee cadeautjes geven mét gedicht. Beppe, dat ben ik, geeft aan het eind in een groot pak Letters. Niet van chocola maar in boeken die ik zorgvuldig uitkoos.
Dankzij het vlotte tempo waren we voor het eten klaar. ‘Blijft mem?’ vroeg een van de kinderen. Het was zo gezellig, ik voelde me zo goed dat ik er wel een paar dagen ‘nagenieten’ voor over had. Toen de patat en diverse snacks naar binnen waren gewerkt merkte ik dat het tijd werd om me naar huis te laten brengen.
Toen begon het ‘nagenieten’. Na vijf dagen begon ik me weer wat beter te voelen maar de volgende dag begon ik te hoesten. Het kwam steeds van dieper, en wat ik ophoestte had vele kleuren groen. Dat stelde me niet bepaald gerust. De coronatest was negatief en omdat ik toch naar de huisarts moest hield ik me rustig. Net als anders dus… De dokter beluisterde me uitgebreid en schreef me een kuur voor van een week. Al na een paar dagen merkte ik dat het geen verschil uitmaakte en nam voor het weekend weer contact op. Ik kreeg een andere kuur, weer voor een week, maar ook dat was niet genoeg. Tot slot een kuurtje prednison en toen werd het wat beter. De kerstdagen sleet ik in eenzaamheid net als oud en nieuw, maar ik had ook geen behoefte aan mensen want ik voelde me ziek. Of het nu een luchtweginfectie of een longontsteking was, maakte mij niet uit, ik voelde me beroerd. Dit was duidelijk PEM, het had niets meer met nagenieten te maken. Ook in het nieuwe jaar knapte het niet verder op en toen de slijmen weer groen werden nam ik opnieuw contact met de huisarts op. Ik zei dat ik graag die en die kuur wilde hebben voor 10 dagen! Ik wist dat dat zeker zou helpen van vorige keren.
Twee minuten voordat de apotheek de deuren zou sluiten lukte het mijn dochter om door sneeuw en een ijzige koude wind de medicijnen op te halen en naar me toe te brengen. Ik had nog een berichtje van de huisarts gekregen dat als ik me na 5 dagen weer goed voelde ik zou mogen stoppen. En dat bleek inderdaad voldoende.
Nu ben ik weer een paar weken verder. Ik kan niet meer met de rollator naar mijn postvakje, dat is te ver. Of naar beneden, naar de hangplek bij de receptie, dat is ook te ver en zeker te druk. Schrijven, sinds een halfjaar werk ik in kwartiertjes aan een YA-boek, lukt niet meer. Van de post snap ik niks. De belastingen staan als een dreigend monster me op te wachten. Het schrijven daarover snap ik ook niet. In de tijd dat ik echt ziek was sliep ik per dag 3 of 4 keer omdat ik mijn ogen niet meer open kon houden en soms letterlijk omviel van vermoeidheid.
Je kunt denken dat ‘dit mens’ al 73 is en haar leven heeft geleefd en dat is ook zo. Dat ik zelf de keuze had gemaakt om mee te Sinterklazen, ook waar. Maar ik hang zo ontzettend aan dit leven! Ik wil graag genieten van de kleinkinderen en de kinderen maar mensen maken me moe! Zelfs als ik dagen achtereen alleen in mijn appartement ben, ben ik moe. ‘Je moet wel iets doen, hoor,’ zeggen de goed-bedoelers. Als je alleen bent moet je alles zelf doen: thee zetten, ontbijt en avondeten maken, afwasmachine vullen of legen, afval opruimen, was doen en noem maar op. Elke stap die ik zet, zelfs thuis achter de rollator, vermoeit me.
‘Maar je hebt de kinderen toch?’ vragen de goed-bedoelers. Gelukkig wel, maar ze hebben ook hun eigen leven met baan en gezin! Soms hoor en zie ik dat ze zelf zo moe zijn van hun drukke leven, dan wil ik ze niet eens vragen.
Gelukkig kan ik weer lezen: kinderboeken en nu een dikke-pillen-fantasyserie. Heerlijk. Als ik daarvan te moe ben wijk ik uit naar netflix en als ik even mijn hersens wil gebruiken doe ik wat lesjes Duolingo. Met drie bedrustmomenten per dag en mijn eigen fleurigheid kom ik zo de dag wel door. Maar een leven is het niet.
Kijk daarom vanavond naar het kamerdebat dat op verzoek van de PvdA/groenlinks eindelijk wordt gehouden. Denk aan de kinderen die grotendeels op bed door moeten brengen, met oordoppen in en de gordijnen dicht, aan pubers en jong volwassenen die hun toekomst in duigen zien vallen. Aan onze afhankelijkheid van de politiek en de wetenschap en de huisartsen die vaak te weinig weten en ook vaak geen belangstelling voor deze patiënten hebben.
Mijn nieuwe huisarts heeft dat gelukkig wel en dat scheelt heel veel eenzaamheid. Dank je wel, dokter. Nu maar hopen dat er stappen worden gezet! Hoewel, als ik de foto zo bekijk en de belangstelling vanuit de kamer…

