September, alweer
September, eind van de zomer en begin van de herfst. Waar ik weinig van merk nu ik in een appartement woon en weinig buiten kom. Als de zon schijnt is het snel te warm, zet ik de airco aan en laat het screen zakken zodat het hier aangenaam is. Ik zegen de aircoman die zei dat een airco mijn kwaliteit van leven zou verbeteren. Hoewel hij natuurlijk zo’n ding wilde verkopen heb ik de afgelopen zomermaanden vaak aan hem gedacht, want o, wat was dat waar! Het wordt niet warmer dan ik wil en de lucht is fris, zodat het goed voor mij is. De screens heb ik nodig om het zonlicht te weren, niet alleen tegen de warmte maar ook omdat mijn ogen niet meer tegen het felle licht kunnen.
Terwijl er weinig gebeurt zijn mijn dagen meestal overvol: met wassen, aankleden en uitrusten, met eten, drinken en weer uitrusten, met lezen, wat oefenen met duolingo en weer uitrusten. Als ik dat niet doe neemt de hoofdpijn het van me over en moet ik helemaal gaan liggen, de hele dag. Als je voor jezelf moet zorgen, kan dat niet, er zijn zoveel kleine klusjes te doen. De was, boodschappen bestellen en later opruimen, afwasmachine in- en uitruimen, administratieve klusjes en af en toe mijn stukjes doorlezen, er wat aan prutsen, soms nog iets toevoegen of schrappen en weer lezen. Om dan weer uit te rusten. Het klinkt dodelijk saai maar er zit momenteel niet veel meer in. Hoewel, soms gebeurt er iets bijzonders.
Vroeger zong ik graag en veel; we zongen thuis, onder de afwas, als we verder weg met de auto reden en voordat we die hadden met de bus, zongen we meerstemmig, canons en later toen ik meespeelde met Sinterklaas- en St. Pitersprookjes zong ik daar ook altijd met veel plezier. Bij het onderwijzersgezelschap waar ik jaren deel van uitmaakte zongen we en ik genoot ervan. In die tijd heb ik een paar keer alleen opgetreden met mijn gitaar maar dan had ik zo’n last van zenuwen dat ik het niet fijn vond. Liever zong ik samen of in een koor. Nadat ik jaren geleden desastreus neerkwam toen ik viel en ik 24 uur per dag zware hoofdpijn had en geen prikkels, zelfs of vooral geen muziek verdroeg, zong ik niet meer en hadden we ook nooit meer muziek aan. Al was het maar heel zacht op de achtergrond, ik kon het niet verdragen terwijl ik tegelijk muziek zo miste. Van kind af hadden we altijd muziek om ons heen en ook op school en met de kinderen zongen we thuis. Later kon ik af en toe weer een paar minuten muziek verdragen maar luisterde ik een keer langer dan mijn hersens aan konden dan had ik daarna weer zware hoofdpijn. Mijn stem was na de overgang al lager geworden, na corona herkende ik hem niet meer: hees, zwaar, soms krassend als een verkouden kraai, dan weer fluisterend of krakerig. Ik kon nooit van te voren bedenken hoe mijn stem klonk als ik iemand groette of antwoord gaf.
Omdat ik nu in het stadium ben dat ik moet accepteren dat dit het is en dat de kans klein is dat ik opknap vind ik dat mijn stem daar ook onderdeel is. In plaats van een mezzosopraan ben ik nu een zeer diepe alt voor zover je van zingen kunt spreken. Dat ligt niet alleen aan de stem maar ook aan mijn ademhaling die nogal is ingekort. Dat kun je oefenen, zoals je alles kunt oefenen, maar ook dat kost energie. Op Facebook zag ik een een meneer die stemcoach is en via internet aan samen zingen doet, en ik dacht: misschien is dat wat. Al snel kwam ik ergens waar hij een ontspanningsoefening doet terwijl hij heel relaxed wat op zijn piano pingelt en je laat ontspannen. Dat lukte, ik sloot mijn ogen en liet me meevoeren door de piano en zijn stem. ‘Ga maar eens zingen: Rrrrraaammmm!’ En weer en weer. Ik zong ook rrrraaammmm en voelde hoe de tonen mijn binnenwerk deed trillen. En toen, bij de derde keer rrrraaammmm voelde ik ineens de armen van Johan om me heen, ik leunde tegen hem aan en even, heel even voelde ik me zo veilig als ik me in geen jaren had gevoeld. De tranen liepen over mijn wangen.
Toen ging de bel. Ik veegde mijn tranen af en voor de deur stond een ‘oude’ nieuwe vriendin die kwam informeren hoe het me me ging. ‘Goed,’ zei ik. De volgende dag probeerde ik weer om me te ontspannen via het raam. Maar nee hoor, geen Johan. Dat had ik eigenlijk ook niet verwacht. Maar door de ervaring van de vorige dag wist ik hoe dicht hij nog bij me was.
September is nu bijna voorbij. Voor de laatste dagen had ik nog wat leuke plannetjes voor mezelf in petto: de laatste donderdag van het maandelijks buffet hier in Nijlânstate genieten en de laatste vrijdagmiddag naar de vrijmibo van de Friese schrijvers. Ik had me er echt op verheugd, maar een beroerde weerstand en langdurige wmo-taxigedoetjes zorgden voor een crash. Gelukkig kwam vrijdagmiddag mijn vriendin een kopje thee drinken en zo hadden we een mini-vrijmibo. Ook gezellig. Maar toch, hoe fijn ik mijn appartement vind en hoe best ik me kan vermaken, ik zou er zo graag eens op uit willen gaan én ik zou zo graag weer kunnen werken aan het boek dat in mijn hoofd zit. Maar hoe zal ik dat kunnen schrijven als ik me bij deze stukjes steeds afvraag of het wel klopt, of de zin wel loopt? Laat staan een heel boek!
Tijd voor rust. Niets doen, niets willen. Dag september, tot volgend jaar.