November 2025

November 2025

November 2025

het eerste jaar in Leeuwarden

November was altijd een slechte maand voor me. Het wennen aan de korte dagen, minder daglicht en het weer dat niet helpt om me goed te voelen. Als het regent, hard waait, de luchtdruk sterk wisselt of als er winterse buien komen heb ik meer pijn.

Het bijzondere is dat mijn lijf nog gelijk reageert, maar mijn hoofd niet! Natuurlijk begon de maand met de herinneringen aan het onverwacht overlijden van Johan en hoe dat mijn leven compleet op zijn kop zette. Hoewel ik natuurlijk best een paar potten geraniums had kunnen kopen om daar achter te gaan zitten wachten tot ik hem in de dood zou volgen, maar dat paste niet bij me en dus maakte ik keuze op keuze, soms stom en soms verstandig, met als gevolg dat ik deze maand precies een jaar in Leeuwarden woon.

Zelfs al ging het niet helemaal zoals ik had gedacht. Ik hoopte dat ik hier langzaamaan wat meer energie zou krijgen en wat minder long Covid omdat ik het mijzelf makkelijk zou maken. Maar de jaren ervoor hadden hun sporen achtergelaten in mijn lijf met daar overheen nog een stressvolle verhuizing. Het resultaat was dat het omgekeerde het geval was. In plaats van dat ik zonder rollator naar de postbussen kan wandelen gebruik ik hem in mijn appartement nu ook! Dat was niet de bedoeling. Te vaak kan ik niet eens naar de receptie komen, vooral door pijnlijke, brandende voeten. In mijn appartement loop ik meestal op blote voeten omdat er geen schoen meer past.

Na de zomer bleek mijn lijf iets nieuws te hebben bedacht: een hardnekkige schimmelinfectie die door de zorg werd bestreden met crèmes en zalfjes, met Engels pluksel dat zorgde voor witte draadjes overal op de vloer. ’s Morgens en ’s avonds kwam de zorg langs voor de zalfjes en toen dat niet voldoende bleek kreeg ik uiteindelijk een kuur met tabletten. Daarna ging het over en hoewel het altijd heel gezellig was met de zorgmedewerkers – we hebben wat afgelachen – toch ben ik blij dat ik nu mijn eigen zorg weer kan doen. Eindelijk heb ik het gevoel dat de neergang is gestopt, al sluit ik niet uit dat het wensdenken is omdat ik er zo genoeg van heb. Ik weet dat dat mede te danken is aan de zorg hier, aan de hulp van Nijlânstate en de medebewoners die, voor zover ze me kennen, vriendelijk en meelevend zijn. Een enkele keer, als ik nog wat energie over heb als ik post ophaal, loop ik door naar beneden waar om 10 uur en om 16 uur verse koffie staat in de ruimte naast de receptie. Daar is het meestal gezellig, bespreken we alle kwalen, wat er te doen is, wie onwel werd en wat er maar meer te beleven valt. Ik ben nog steeds een jonkie maar dat vind ik wel best.

Ondanks dat zat ik voornamelijk in mijn appartement, moest ik vaker rusten dan mij lief was. Dat rusten, pacen heet dat in de long covid literatuur, is eigenlijk het enige wat helpt. Sommige mensen krijgen medicatie die eigenlijk voor iets anders is bedoeld maar waarvan de bijwerkingen deze mensen goed doen. Verder is het een kwestie van geluk hebben.

Mijn grootste wens was dat ik weer energie over zou hebben om te kunnen schrijven en mijn andere wens was dat ik op de laatste vrijdag van de maand eens naar de ‘fremibu’ van de Friese schrijvers zou kunnen gaan. Helaas was aan het einde van de week de energie schoon op en hebben ze het nog steeds zonder me moeten doen. Maar afgelopen zomer ben ik wel heel voorzichtig begonnen na te denken over een nieuw boek. Het zal ongetwijfeld een 10-jarig project worden omdat ik niet iedere dag maar wel altijd in korte stukjes kan werken. Dat maakt niks uit; ik merk dat het me goed doet om na te denken over een onderwerp, over de vorm, de inhoud en wat ik er allemaal in wil stoppen. Dat denken gaat uiterst traag en is chaotischer dan ik was gewend en dat maakt dat ik erg benieuwd ben of ik de draad kan vasthouden zodat het voor een ander te lezen en te begrijpen is. Soms, zoals nu, word ik midden in de nacht wakker en ga ik een stukje typen. Het werkt nooit beter dan ’s nachts, dan is de stilte het diepst en de concentratie het grootst. Dat boek, ooit, hoef ik niet alleen te maken, al is het schrijfwerk wel voor mij. Wat ben ik blij dat het hoofd weer begint te werken en dat ik zo mijn lichaam even kan ontvluchten, al moet ik daar ook goed voor zorgen natuurlijk.

Samengevat heb ik nog geen dag spijt gehad van de verhuizing, van de keuze om naar Nijlânstate te gaan, al wil dat niet zeggen dat ik geen dingen mis, de tuin bijvoorbeeld en natuurlijk mijn lieve Foekje; het zou hier helemaal fantastisch zijn met een levend wezen dat ik kan knuffelen om me heen!

Ik merk dat ik nu al zin heb in de decembermaand, met veel lichtjes in mijn knusse appartement. De nieuwe kunstkerstboom staat in de bijkeuken te wachten tot hij in alle pracht mag stralen. Maar eerst is er vrijdag in heel Friesland Verhalenavond; dan komen mensen op veel locaties bijelkaar om verhalen te vertellen en ernaar te luisteren. Ook in Nijlânstate is dat het geval, al is dat een verkorte versie van 19.00 tot 20.00 uur. Ik mag meedoen en eindelijk weer eens vertellen. Het thema ‘Hoe ik dapper was’ is voor mij eigenlijk ‘Nu ik dapper ben’ want het is best spannend een verhaal te vertellen terwijl ik weet dat ik soms, totaal onverwacht, geen woorden meer weet en als ik probeer ze terug te halen omdat het op het puntje van mijn tong ligt, ik ze per ongeluk inslik. Dan hoef ik het niet eens meer te proberen! Omdat dat een saai verhaal zou worden vertel ik nu over Tweedehands dapper. Zoals de meeste schrijvers zouden doen.

Wat dat inhoudt? Kom langs en luister! https://verhalenavond.nl/verhalen/hanneke-de-jong/