Foekje, in memoriam
19 juni 2023 – 08 augustus 2025
Om kwart over negen ’s ochtends werd ik gebeld door Margryt. Huilend: ‘O mem!’ Op dat moment waren ze op vakantie in Denemarken en dat was een reden voor mij om te schrikken. De meisjes!?
‘Het is Foekje, mem. Ze is aangereden en nu is ze dood.’ Nadat ik Margryt had getroost en we waren uitgepraat en ik de telefoon neerlegde besefte ik het pas. Als ik mijn telefoon opende was dat met Foekje. Net als de iPad en de computer. Foekje als screensaver. Mijn ava’s bij de verschillende social media. Overal, overal was Foekje, maar bij deze foto’s zou het blijven, Foekje was onherroepelijk dood. En toen kwamen de tranen. Niet even, maar de hele dag.
Toen ik niet meer voor ons kooikerhondje Luca kon zorgen en hij een goed thuis vond bij vrienden werd het stil in huis. Ik wist dat ik geen hond meer zou kunnen hebben ook al hield ik mezelf voor de gek door een ‘luie hond’ te googelen. Een die zijn behoefte wel in de tuin zou doen. Onzin natuurlijk. ‘Neem toch een kat, mem,’ zei

Menno, ‘die redt zich wel.’ En omdat het zo verschrikkelijk stil was ging ik eens kijken, gewoon op Marktplaats. Daar zag ik dit nestje en voor die kleine rooie viel ik als een blok. Het was een meisje, kreeg ik te horen, en ze was nog vrij. Dat kwam goed uit, ze werd van mij. ‘Ze heet Foekje,’ zei ik. Naar de Friese hardloopster die in eerste instantie een mannelijk voorkomen had maar wel degelijk een vrouw was. Rode katten zijn meestal katers maar er zijn ook vrouwtjes bij. Beide Foekjes pasten niet in een hokje en mijn Foekje bleek niet voor de poes!
Op de dag dat ik haar mee mocht nemen was ze binnen een halfuur gewend. Ik werd haar vriendinnetje, dat merkte ik aan alles. Maar af en toe moest ik echt haar vrouw zijn! De vitrages had ik van tevoren al opgebonden, naar de overgordijnen keek ze zelden om. Maar de kasten! Die sprong waagde ze graag! Mijn kamer bleek een soort apenkooi te zijn, de grote Prominentstoelen een klimbaan waar ze aan de achterkant omhoog klom. Ze zat zelden op de bank, haar voorkeur was de onderkant waar ze als een soort luiaard ondersteboven langs racete.
Idem met de eetkamerstoelen waar al snel de bekleding van de onderkant er in flarden bij hing. Als ze was uitgespeeld viel ze in slaap bij mij op schoot of waar ze dan ook toevallig maar was. Ze groeide als kool en daardoor namen haar streken toe. Vaak kon ik erom lachen maar op dagen dat ik erg moe was dreef ze me tot wanhoop. Ze mocht bijna alles, we vochten om wat ze niet mocht; Foekje hield niet van grenzen, die bepaalde ze zelf wel. Ze was een ‘Pittig Poesje’, zei de dierenarts waar ze een nachtje logeerde omdat ze aan mijn medicijnen had gezeten. ‘Zie je,’ zei ik tegen Foekje, ‘hoor je het ook eens van een ander.’
‘Je bent verliefd op haar,’ vond een vriendin en ja, dat was ik. Het werd dan ook het moeilijkste deel toen ik zou verhuizen naar Nijlânstate waar de bewoners geen dieren mogen hebben. Juist voor ouderen die niet zoveel meer kunnen is een huisdier een heerlijke afleiding. Een huisdier houdt je gezelschap en kan je troosten; dan vliegen de gelukshormonen je om de oren! Met duidelijke afspraken moet dat kunnen, zou je zeggen. Wat Foekje betreft was het voor haar geen leven zijn als ze niet naar buiten zou mogen. Foekje was een jager! Maar o, wat miste ik haar. Vooral de dagen dat ik met veel pijn in bed lag dacht ik aan haar. Foekje was een gezellige bedgenoot. Ze speelde, onder en boven het dekbed, al was dat niet altijd feest. Als ze onder het dekbed mijn benen als klimpaal gebruikte met haar scherpe nageltjes dan vond ik later de bloederige sporen. Als ik haar niet genoeg aandacht gaf sprong ze vanaf mijn hoofdeinde op mijn werkblad om vervolgens de duettes in te klimmen. Dat was geweldig klimmateriaal al was dat streng verboden! Buiten vond ze het eerst eng en het liefst wilde ze dat ik bij ha
ar bleef. De eerste nacht dat ze niet binnen kwam deed ik nauwelijks een oog dicht. Ze had bij buren in het steegje de nacht doorgebracht bij de kliko’s en daar zag een andere buurvrouw haar ’s ochtends zitten. Ja, dat plein, waar ik toen woonde. Al snel kende iedereen Foekje, ook al omdat ze zo nieuwsgierig was. Het liefst was ze bij iedereen gaan buurten. Datzelfde gebeurde in de straat van Margryt, iedereen kende Foekje.
In Leeuwarden kwam ze bij Margryt, 600 meter van Nijlânstate, wonen. Margryt had al twee rode katten, een mannetje Borre en een vrouwtje Isis. Isis was al bijna 20 jaar, doof en dement, al probeerde Foekje haar ook aan het spelen te krijgen. In het voorjaar moesten ze Isis in laten slapen; een heftig moment, ook voor de meisjes. Foekje wende langzamerhand en Margryt werd haar vrouw. Als ze ’s avonds met de benen languit op de bank zat, kwam Foekje haar portie liefde van die dag vragen of zeg maar gerust opeisen.
Want Margryt moest de telefoon snel aan de kant leggen anders gaf Foekje er een tik tegenaan: aandacht! Alleen voor mij! Omdat er niet altijd iemand thuis was stond er in de tuin een hokje voor Foekje en Borre, al konden die twee elkaar niet te dichtbij verdragen. Toen Foekje deze zomer niet meer kwam opdagen ging Borre naar haar op zoek: binnen en buiten en weer terug, hij had geen rust. Rust kreeg hij pas toen hij aan de handdoek had geroken waar de dode Foekje op had gelegen.
Nu is het stil bij mijn dochter thuis, wat poezen betreft. Wat was het onwennig toen ik de eerste maandag na hun vakantie, Silke werd dertien, op visite kwam. Maar zoals altijd met moeilijke dingen konden we erover praten en even een traantje wegwerken. Want ook Stefan, Silke en Fardau waren dol op Foekje. Ik bedankte Stefan nog voor de laatste keer dat ik, vlak voor ze gingen, nog even langs kwam om hun een fijne vakantie toe te wensen. Toen ik weg zou gaan kwam Stefan met Foekje naar me toe. Foekje kwam heel gewillig bij me op de arm zitten, zodat we nog even konden knuffelen. ‘Dat doet ze bij niemand anders, hoor!’ zei Stefan. Het is een mooie laatste herinnering al komt die wat mij betreft veel te vroeg.
Inmiddels ligt Foekje gevriesdroogd naast Isis, en Borre heeft het rijk alleen. ’s Avonds komt er geen poes bij mijn dochter zitten en als ik eens langskom dan is er ook geen poes meer die laat weten dat ze me heus niet vergeten is. Wij zijn haar ook niet vergeten. Haar foto’s heb ik in een mapje gedaan, later ga ik ze wel weer eens bekijken.
Ik ben blij dat Foekje het de laatste maanden zo naar haar zin heeft gehad en het is naar dat ze maar twee jaar mocht worden. Ze heeft mij door het moeilijkste jaar ooit heengeholpen en bij de mensen die haar kenden een onuitwisbare indruk achtergelaten!






