Buiten adem, in en uit
Vandaag denk ik aan oudste zoon Lykele, die een geweldige dag heeft maar ongetwijfeld zijn heit zo mist. Daarom ben ik grutsk voor twee! Twee maanden na het overlijden van Johan kreeg Lykele een nieuwe baan, bij een aannemer die in samenwerking met NS/ProRail het station van Groningen aan zou pakken. Een klus waarbij ze een puzzelaar nodig hadden die alle bedrijven en onderdelen op precies die dag daar ter plekke zou kunnen plannen, zodat het publiek er zo weinig mogelijk last van had. Die puzzelaar werd Lykele en de last kwam er wel, de afgelopen 9 weken, maar de mensen van al die bedrijven werkten dag en nacht door en vandaag is de opening. Wat had hij dit graag met zijn heit willen delen en al kan ik 100 keer zeggen dat ik dubbel grutsk ben, ik ben zijn mem en niet zijn heit.
De afgelopen dagen keek ik naar Buiten Adem over de coronapandemie. Hoeveel het met levens deed, hoeveel keuzes zijn gemaakt door iedereen die soms niet verstandig waren. Net als Lykele, mijn kinderen en kleinkinderen zijn er nog steeds naasten en vrienden die die ene missen, bij wie de pandemie blijvende littekens heeft nagelaten. Hoe iedereen aanvankelijk klapte voor de zorg maar toen de zorg het publiek en de politiek nodig had gaven veel daarvan niet thuis. Ik ben blij te lezen dat de ambulanceverpleger Roy weer werkt, al is het parttime. Maar tegelijk schuurt het te weten dat er nog zoveel zijn als ik, niet hersteld, hun leven voorgoed veranderd maar vooral zonder hoop. In de serie zie je de opgroeiende meiden die elkaar, ieder met haar eigen achtergrond, kunnen helpen om zich weer mens te voelen, zie je de kinderen van Sam die zijn muzikaliteit hebben geërfd en met net zoveel plezier hun instrumenten bespelen.
Ik kan genieten van de kleine dingen maar het gemis aan heel gewone zaken blijft: de auto, de tuin, het chalet, hond Luca en poes Foekje. Nu is het leven op de handrem en meestal ben ik alleen. Dat is niet vaak een keuze, maar gewoon zoals het is omdat ik van mensen zo moe word. Hoe leuker de mensen, hoe meer ik daarna geen energie meer heb. Al leer ik met behulp van deze en gene er beter mee om te gaan. Klokkijken bijvoorbeeld! Iets kan zolang duren, dan moet ik rust nemen, ook al wil mijn hoofd dat helemaal niet! Dat zeurt, ah toe, nog even, nee hoofd, luister naar dat hoofd. Mijn hoofd is meestal wel te vertrouwen, was ook de conclusie van de geriater, na een uitgebreid bezoek daar. De nieuwe huisarts vond me nogal ingewikkeld, met al die medicijnen, maar mijn lijf is een zootje en zal dat wel blijven. Niks aan te doen. Of er iets aan de pijnmedicatie moest gebeuren? Minderen of zo? Geen goed idee, als het buiten miezert en waait kan ik soms niet denken van de pijn, lig ik het grootste deel van de dag op bed en waar zou ik zijn zonder mijn chemische lekkernijtjes.
Op de dag dat het station Groningen klaar is, is mijn appartement ook naar mijn zin. De laatste gordijnen zijn opgehangen, de afstandsbediening functioneert, ik zit hier goed. Natuurlijk mis ik wel hoe het was maar dat is geweest en er komen andere dingen voor in de plaats. Mijn kinderen, alle zes, hebben het goed en doen dingen die ze graag doen, mijn kleinkinderen zijn steeds minder klein en wat zou pake trots op ze zijn met de stappen die ze maken. Wat blijft na het kijken van Buiten adem is het gevoel dat de pandemie voor veel mensen voorbij is maar voor veel mensen ook niet. Om de strijd die ze dagelijks moeten voeren, omdat ze niet of alleen af en toe naar school kunnen, om te accepteren dat anderen doorgaan en jij nog niet, dat mensen niet meer naar je omkijken omdat ze het druk hebben. Daarom is het een geluk dat ik zulk voortreffelijk gezelschap ben in mijn fijne appartement met toch nog veel boeken die ik nu weer kan lezen! En waar ik heel voorzichtig, in kleine stapjes van een paar regeltjes en een paar minuten, probeer te werken aan een nieuw boek. Niet een van de drie die al lang in mijn hoofd zitten maar een ander waarvan ik hoop dat het mettertijd, over een jaar of tien, kan worden uitgegeven. Dat is een betere stip op de horizon dan de kist, die komt toch wel. Maar nu nog niet!






