Nei La Palma, in bêste reis! (4)

Nei La Palma, in bêste reis! (4)

Nei La Palma, in bêste reis! (4)

De eerste ochtend op de afdeling was prachtig. De zon scheen door het gordijn van de buurvrouw; een hele prettige manier van wakker worden. Ook de verpleegkundigen en verzorgenden wekten me lief en zorgzaam. Tegen zevenen hoorde ik bij mijn rechteroor: ‘Hannikki, pssst, Hannikki!’ Een teken om mijn rechterarm uit te steken zodat er weer wat in gespoten of gestoken kon worden. Even later aan de andere kant: ‘Hannikki…’ Tijd om mijn gezicht naar links te draaien zodat ik het zuurstofkapje, met drie soorten medicatie erin, kreeg opgezet. De eerste vijf minuten lag ik te stomen als een draak en dat was heerlijk. Dan voelde ik de energie in me stromen!

Wachten.

Een zuster bracht een thermometer, een andere nam de bloeddruk op en die was fantastisch! Niks royaal boven de 160, maar netjes tussen de 120 en de 140.

Wachten.

Bij de buurvrouw was het een komen en gaan. Soms stonden ze met z’n zevenen om haar bed. Ik benijdde haar niet, ze was er slecht aan toe. Wel kreeg zij de knapste dokters! Aan de andere kant keek ik daar liever naar dan dat ze aan mijn lijf zaten. Haar man was vaak bij haar, al vanaf negen uur.

Ongeveer halftien bracht een verzorgster het ontbijt: een hard broodje met een botertje en twee jammetjes met daarbij een grote kop warme melk om er een zakje koffie en evt. suiker in te doen.

Wachten.

De wasdames die me, iets rustiger dan op de ER maar verder met dezelfde werkwijze, wasten en afdroogden en meteen het bed verschoonden.

Wachten. Uitrusten!

De eerste dagen kwam schoonzus ’s ochtends, Zij verbleef nog steeds in ons mooie appartement, maar toen ik doorhad dat er de rest van de dag weinig gebeurde, bezocht ze me ’s middags. Vaak kwam de dokter nog langs om te melden wat zijn bevindingen waren n.a.v. wat er maar onderzocht was.

Tegen halftwee was het tijd voor de warme lunch: een hard broodje, soep, nog iets warms en meestal een vrucht. Soms was de soep zoutloos en niet te eten en wat er verder ook werd geserveerd, een salade of verse groenten at ik zelden of nooit. Wel kon je flessen met water krijgen en gemiddeld ging er per dag zo’n 2 ½ liter doorheen. Ik viel af, niet verkeerd, maar wel erg snel! Nog steeds neem ik extra vitaminen om het tekort in te halen.

Schoonzus en man hadden intussen contact met de reisorganisatie en SOS-internationaal, de verzekering. De reisorganisatie zou iemand naar me toesturen voor mijn verhaal en ik was dan ook niet verbaasd toen er een mevrouw naar me toekwam. Wel vreemd dat ze Duitse was, ik meende toch echt dat ik met een Vlaamse had gesproken.

Al snel bleek dat het niet om iemand van de reisorganisatie ging, maar om een dame van een Evangelische organisatie. Ze wilde graag met me bidden, of ik daarvoor voelde. Nee, geen behoefte aan om met een wildvreemde te gaan liggen bidden.

Buurvrouw meldde zich: zij wilde wel graag bidden en dus kwam de mevrouw niet voor niks. Ik kon weer uitrusten terwijl de buurvrouw luisterde naar een gebed zonder einde.

Om kwart over negen was het tijd voor het avondeten, een variatie op de lunch en ten slotte kregen we om twaalf uur ’s nachts nog warme melk met décafé of thee. Daar tussendoor: veel wachten, af en toe lezen of een puzzeltje maken en soms een sms’je versturen naar kinderen en vriendinnen. Wifi was er niet en dat was aan één kant goed, maar o, wat miste ik Twitter en Facebook!